Ik fiets naar huis op een zonnige zomerdag, net terug van een fikse tandartsbehandeling, waar ik als een berg tegenop zag. De reden: een gebroken brug. Drie weken geleden brak er een stuk af en de tandarts meende dat ik daar toch nog gerust mee op vakantie kon. Toch zweefde de hele vakantie die onvermijdbare tandartsbehandeling als een woeste donderwolk boven me. Ik probeerde weliswaar heel mindful mijn gedachten te verzetten, maar zoals het met wolken gaat, gaat het ook met mijn gedachten. Steeds weer komen ze voorbij.

Ik fiets dus terug naar huis van de eerste sessie tandarts en het is me enorm meegevallen. Waar ik als een berg tegenop zag, blijkt niet meer dan een ieniemienie heuveltje en ik denk terug aan mijn recente vakanties. Vorig jaar met de trein naar de toppen van de Pyreneeën en dit jaar naar de iets minder steile Vogezen; tevens bergen waar ik tegenop zag.

Geef mij maar de polder, of de kust

Ik kom na deze vakanties erachter dat de bergen niet echt mijn ding zijn. Geef mij maar de polder, het strand en de duinen. Wégkijken wil ik, liefst heel ver en níet vanaf de top van een berg! Daar kun je immers vanaf donderen. Ploeterend een berg opklimmen draagt ook beslíst níet bij aan mijn vakantiegevoel en met een auto op zo’n smalle bergweg wil ik écht géén tegenligger tegenkomen. Conclusie: ik heb cremnofobie. Voor mij geen bergen meer waar ik tegenop zie, of het moet de Sint Pietersberg zijn. Ik denk dat ik dat nog wel aan kan.

Geef mij voortaan maar de Zeeuwse kust, of de duinen van Ameland als vakantiebestemming. Lekker dichtbij ook. In een tijdperk waar we ons voor vliegen gaan schamen, is dat wel net zo’n milieubewuste keuze!

Marie-José

 

P.s. Ken jij het woord cremnofobie? Het is zo zeldzaam dat als je het in google intikt... deze column zowat bovenaan staat...


Wil je onze inspiratiemails met nieuwtjes en tips ontvangen?
Schrijf je dan in en geef je voorkeur aan:

Inschrijven Inspiratiemails

Blogs